Elke klas heeft een vaste mentor, meestal een vakdocent. Deze persoon is de belangrijkste persoon op het gebied van de begeleiding. Bij je mentor kun je altijd aankloppen met vragen en problemen, ook als het iets betreft wat niet direct met school te maken heeft. Alles gebeurt natuurlijk in vertrouwen. De mentor begeleidt daarnaast de studie van zijn leerlingen en houdt de behaalde resultaten in het oog. Je hebt in de eerste twee leerjaren meestal dezelfde mentor. De mentor brengt een huisbezoek in het eerste leerjaar.
In de eerste twee leerjaren kun je via de mentor en in extra begeleidingsuren (OT-uren) extra hulp krijgen bij het maken en plannen van je huiswerk. Verder zijn er trainingen waarin je leert omgaan met faalangst of waarin je werkt aan je sociale vaardigheden.





